Terminologie van gangen

Een voorstel voor een standaard Nederlandstalige terminologie

Een gang is de manier waarop een dier gelopen heeft. Alle dieren hebben een standaardgang waarin ze zich meestal voortbewegen. Verandert die gang, dan is daar een reden voor. Een roofdier kan zijn snelheid verlagen om een dier te besluipen. En een prooidier kan zijn gang verhogen om aan een roofdier te ontkomen. Gangen kunnen ook helpen bij de determinatie van onduidelijke prenten. Indien verweert kunnen prenten van marters en katten soms erg op elkaar lijken, maar waar een kat stapt beweegt de marter zich doorgaans voort in een (marter-) galop.

Vroeger of later is een zich ontwikkelende sporenzoeker klaar om zich ook met gangen bekend te maken. Maar dan? Veel literatuur op dit gebied is in het Engels. Bevind je jezelf weleens in sporenzoekende kringen in Nederland, dan is het je waarschijnlijk wel opgevallen dat er veel Engels gebezigd wordt. Natuurlijk is het Engels een veel groter taalgebied waardoor het daar makkelijker is gespecialiseerde boeken in uit te geven. Ook in het Duits zijn veel sporenboeken verkrijgbaar. Waar sommige boeken het bij enkele gangen houden zijn andere boeken veel uitgebreider. Ook de gebruikte namen verschillen. Zo wordt de stap bijvoorbeeld zowel aangeduid met walk, als wel 2×2. Bij de galop neemt het aantal verschillende namen nog verder toe.

Dit artikel is een voorstel tot vereenvoudiging. Dat gebeurt door de drie standaardgangen op te delen in negen verschillende herkenbare gangen. De stap, draf en galop zijn de drie hoofdgangen en alle andere gangen zijn variaties daarop.

Dit artikel dient niet om deze gangen te leren begrijpen. Daarvoor verwijs ik naar een workshop of cursus. Ook heeft de video over wolvensporen een introductie in enkele gangen, waarbij opgemerkt dient te worden dat ik nu de term scheve draf gebruik in plaats van het daar gebruikte geschrankte draf.

Terminologie

Ik gebruik gewoonlijk de termen voeten en benen. Registreren staat voor afdrukken van de voet. Een prent is een enkele voetafdruk. In de afbeelding hieronder staan gebruikte termen om onderdelen van een gang aan te duiden. Gebruikte terminologie in de KNNV Veldgids Diersporen zijn hiervoor leidend geweest.

terminologie-1

Negen Gangen

Hieronder staan de gangen in volgorde van snelheid.

Bij de stap en zijn variaties (hieronder 1a t/m 1d), wordt telkens één been verplaatst. Het spoor op de grond bestaat uit telkens twee prenten van de benen van dezelfde zijde van het lichaam op, of vlak bij elkaar met een gelijke paslengte naar de volgende twee prenten.

1a. Sluipgang

De sluipgang wordt gebruikt door roofdieren bij het besluipen van hun prooi. De achtervoeten worden duidelijk achter de voorvoeten gezet, en de spreiding is breder dan bij de stap.

1b. Langzame Stap

De achtervoeten staan dichter bij of op de voorvoeten, of overlappen deze deels. In het Engels ook aangeduid met slow 2×2 walk of understep walk.

1c. Stap

De achtervoeten overlappen de voorvoeten, ook wel aangeduid met direct registreren. De stap is de standaard gang voor onder meer katten en reeën. De Engelse benaming voor de stap is (direct register) walk en 2×2 (walk).

1d. Snelle Stap

De achtervoeten halen de voorvoeten nu in, en staan er (deels) voor. In het Engels ook aangeduid met fast 2×2 walk of overstep walk.

2a. Draf

Bij de draf worden diagonaal geplaatste ledematen tegelijkertijd verplaatst. Dus bijvoorbeeld het linker voorbeen en het rechter achterbeen. Ook hier zijn telkens twee prenten van dezelfde zijde vlak bij elkaar geplaatst. Door de hogere snelheid is de paslengte toegenomen, en de spreiding afgenomen. De draf is de standaardgang voor hondachtigen. Daar wordt deze ook wel aangeduid met de gesnoerde draf vanwege de gelijkenis met snoeren aan een halsketting. In het Engels wordt de draf aangeduid met (direct register) trot.

2b. Scheve Draf

De scheve draf komt alleen voor bij hondachtigen. Om te voorkomen dat de achterbenen de voorbenen raken door de hogere snelheid wordt het lichaam schuin op de spooras gezet.
In Duitsland wordt onder wolvendeskundigen deze draf aangeduid met schräger Trab, in het Engels met side trot.

Bij de galop en zijn variaties worden telkens eerst de twee voorvoeten neergezet, waarna die afzetten zodat de achtervoeten kunnen passeren die vlak na de voorvoeten worden neergezet. Afhankelijk van de snelheid strekt het lichaam zich dan uit, of vindt er een grote sprong met de achterbenen plaats waardoor er een grote ruimte (intergroep) tussen de prentgroepen is.

3a. Langzame Galop

Na het landen van de voorvoeten zetten deze af zodat de achtervoeten kunnen inhalen. Daarna strekt het lichaam zich uit en zet de voorvoeten weer neer voordat de achtervoeten afzetten.
Bij de langzame galop wordt één van de achtervoeten nog vóór één van de voorvoeten geplaatst. Ook kan het gebeuren dat een achtervoet direct registreert op één van de voorvoeten waardoor de indruk ontstaat dat er maar drie prenten per prentgroep zijn. Dit gebeurt nog wel eens bij marterachtigen.
Een populaire Engelse benaming voor deze gang is lope. Wanneer een achtervoet precies landt op een prent van de voorvoet wordt ook de term 3×4 lope gebruikt.

3b. Galop

De standaardgang voor marterachtigen. Net als bij de langzame galop is er één vluchtfase, wanneer de achtervoeten de voorvoeten inhalen. Ook andere dieren gebruiken de galop als standaardgang. Denk bijvoorbeeld aan de haas. Daar die ook een specifieke manier van bewegen gebruikt wordt die ook wel aangeduid als de hazensprong. Zie ook de video over hazensporen.
De Engelse term voor galop is gallop. Daar worden gespecialiseerde galops van haasachtigen en knaagdieren ook wel aangeduid met hops.

3c. Sprongengalop

Bij de sprongengalop zetten nu ook de achtervoeten af voor een tweede vluchtfase. Dit is een gang die bijvoorbeeld door roofdieren gebruikt wordt in volle sprint achter hun prooi. Daarbij kan bijvoorbeeld een wolf wel een paslengte van meer dan drie meter halen.

Nog (veel) meer

Voor wie reeds diep in de gangen zit zal reeds opgevallen zijn dat de bovenstaande lijst niet compleet is. Zo zijn er bijvoorbeeld variaties op de (langzame-) galop die worden aangeduid met rotary-, C-, transverse of X-gallop. Ook zijn er gangen die niet in bovenstaande structuur zijn op te nemen, zoals de pronk waarbij een dier met alle vier de benen tegelijkertijd afzet. Toch zal in de dagelijkse communicatie met sporenzoekers of deelnemers aan workshops & cursussen bovenstaande lijst een goed houvast zijn. In het veld bestrijken ze het overgrote deel aan gangen die we tegenkomen. En met uniformiteit zal ook de communicatie tussen sporenzoekers onderling verbeteren. De voorgenoemde verder gespecialiseerde gangen zal voor de vergevorderde sporenzoeker geen probleem in de onderlinge communicatie opleveren. Het doel van dit artikel was duidelijkheid te verschaffen voor diegenen die zich nieuw in deze materie storten. Ik hoop dat het voor hen een hulp is in het leren begrijpen hoe dieren bewegen.

Geef een reactie