Sporen in de sneeuw

Inleiding

In de sneeuw zie ik het spoor van een vos. De prenten hebben slechts licht afgedrukt. Alle details zijn zichtbaar en ik kan me inbeelden hoe het dier zich bewogen heeft. Ik begrijp alleen iets niet. Als ik naar het spoor loop zak ik namelijk diep weg in de sneeuw. Hoe kan dit nou? Die vos is toch niet zo licht? Of heb ik tijdens de kerst toch te weinig op mijn gewicht gelet. Dan begrijp ik het! De vos is voorbij gekomen toen de sneeuw stijf bevroren was, en ik kom langs terwijl het dooit. Weer een mysterie opgelost! Sneeuw maakt spoorzoeken bijzonder. Al het onzichtbare wordt ineens zichtbaar. En daarmee ontstaan nieuwe puzzels en raadsels!

In deze special gaan we in op spoorzoeken in de sneeuw.  We bespreken de kenmerken van sneeuw en we gaan in op een zaken die in de sneeuw anders zijn dan in bijvoorbeeld zand of modder. We wensen je veel plezier in de sneeuw!

Kenmerken van sneeuw

In sommige talen zijn er veel verschillende woorden voor sneeuw. Dit komt omdat sneeuw er is in vele vormen. Zo kennen wij onder meer poeder-, stuif- en natte sneeuw. De Eskimo’s hebben veel meer benamingen voor soorten sneeuw.

In deze zachte sneeuw zijn de teenkussens van hermelijn goed te zien.

In een dunne sneeuwlaag zijn diersporen scherp zichtbaar. Bij verse sneeuw en een temperatuur onder nul zijn de sporen het scherpst. Smelt de sneeuw, dan worden de sporen minder scherp. Zijn de sporen niet zo scherp en toch bevroren, dan zijn het sporen die gemaakt zijn tijdens de dooi. Zo kun je in de sneeuw beredeneren wanneer het spoor gemaakt is.

In een dikke sneeuwlaag vormen zich in de sneeuw gradiënten. De bovenkant is koud, maar omdat sneeuw goed isoleert, kan het onderin de sneeuwlaag een stuk warmer zijn. Dieren kunnen daarom onder de sneeuw nog steeds actief zijn, zelfs als het daarboven flink vriest.

Als je in dikke sneeuw niet direct ziet van welk dier de prenten afkomstig zijn, kun je het spoor uitgraven. Vaak zijn onderin de sneeuw de prenten wel nog goed zichtbaar. In diepe sneeuw kan dit van toepassing zijn op meerdere lagen. Snij de prent dan in de lengterichting in tweeën met bijvoorbeeld een mes. Haal de ene helft weg en de ingedrukte sneeuw laat de prent zien.

Gangen

Bij het spoorzoeken in de sneeuw is kennis van gangen (de manier waarop een dier zich beweegt) belangrijk. Niet altijd zijn de prenten direct herkenbaar, en dan is de gang van het dier een eerste indicator om welk dier het gaat.

Sneeuw leent zich goed voor sporenvolgen. Je kunt zo het gedrag beter herkennen van het dier. Volg je het spoor van de vos, dan zie je goed hoe die telkens zoekt naar muizen. Ook zie je de vos met urine en uitwerpselen markeren. In diepe sneeuw duiken vossen in de sneeuw om muizen te vangen.

Een vos heeft gemarkeerd met urine.

Dieren moeten in de sneeuw energie sparen. Ze lopen daarom in de sneeuw soms anders, dan op bijvoorbeeld zand. Bij het bewegen in (diepe) sneeuw zetten dieren meer dan anders hun achtervoet exact op dezelfde plek als waar de voorvoet stond. Het is zelfs mogelijk dat dieren in het spoor van andere dieren lopen. Zo hebben we een lynx zien lopen in het spoor van een edelhert.

Marters passen ook hun gang aan in de sneeuw. In plaats van de sprongengalop, met vier losse prenten, gaan de marters over in een gang waarbij de afdruk in twee prentparen zichtbaar is. Het dier zet dan de twee voorvoeten neer, en zet die vervolgens allebei af zodat op dezelfde plaats de achtervoeten neergezet worden. Zo bespaart het dier energie. Wij noemen die gang de geconcentreerde galop. In het Engels wordt het de 2×2 lope genoemd.

Een steenmarter bewoog van rechts naar links in een geconcentreerde galop.

De gangen van woel- en ware muizen zijn in de sneeuw ook goed te onderscheiden. De woelmuizen lopen in stap of draf en de ware muizen in galop. De woelmuizen hebben een voorkeur om zich onder de sneeuw te bewegen.

In de sneeuw is goed te zien hoe een haas van de bast gegeten heeft. Ook is het uitwerpsel en zelfs de urine goed zichtbaar. De geur van vooral de urine blijft goed bewaard en doet denken aan die van een dierenwinkel.

Geuren en kleuren

In de kou en in de sneeuw, zijn sporen van uitwerpselen en urine goed zichtbaar. De geur blijft ook langer goed. Je kunt dan ook geur als determinatiekenmerk gebruiken.

Uitwerpselen kunnen iets zeggen over de leeftijd van het spoor. Omdat uitwerpselen warm zijn, als ze het lichaam verlaten, smelten ze soms door de sneeuw heen.

Nog meer leren over diersporen? Dit is een artikel van Diersporengids.nl, een online digitale diersporengids van Weylin Tracking. Wij geven ook traditionele papieren sporengidsen uit. Wil je meer en eens deelnemen aan een cursus waar wij jou ècht op weg helpen met sporenzoeken en sporen leren herkennen? Bekijk dan eens onze agenda.