Grote Bruine Veren

Veren fascineren. Wie heeft als kind niet verwonderd naar vliegende vogels gekeken. Of een blauw gaaienveertje meegenomen naar huis, een waardevolle aanwinst voor de natuurschat. Veren blijven fascineren, ook op oudere leeftijd. Regelmatig krijg ik de vraag van welke vogel een bepaalde veer afkomstig is. Veruit de meesten zijn afkomstig van enkele soorten. Die meest voorkomende veren wil ik hier behandelen.  Ik moet daar natuurlijk meteen een kanttekening bij plaatsen dat er meer vogels met grote bruine veren rondvliegen in Nederland. Maar die zal je een stuk minder vaak vinden. Ook moet ik de kenmerken van de besproken veren generaliseren. Met de hier besproken soorten zal je het merendeel van de grote uilen- en roofvogelveren kunnen determineren.

Om een veren te leren herkennen moet je ze verzamelen en goed vergelijken. Veren zijn variabel. Ieder veer is anders, tussen soorten, maar ook individueel – net zoals variërende vingerafdrukken bij mensen –  binnen soorten. Door regelmatig veren met al hun variaties te bestuderen leer je veervormen en tekening herkennen. Daarbij zal je in het begin ongetwijfeld eens een fout maken. Maar dat is niet erg, blijf kijken en vergelijken en je zal steeds vaker een juiste determinatie maken. Er zijn verschillende wijzen om een verzameling aan te leggen. Zo kan je ze bewaren in een goed af te sluiten doos. Leg daar dan wel een velletje mottenpapier in om beestjes zoals de gevreesde museumkever buiten de deur te houden.

Kenmerken en bouw van veren

We ontkomen er niet aan eerst een beetje terminologie te behandelen. Zie ook de afbeeldingen. Veren bestaan uit een schacht met aan weerszijden vlaggen. De vlaggen kunnen we verder onderverdelen in de binnen en buitenvlag. De binnenvlag is groter dan de buitenvlag. Niet zelden loopt de buitenvlag in breedte af richting de punt van de veer.
Wanneer we een grote veer in de hand hebben, hebben we waarschijnlijk een staart- of slagpen. Dat zijn de veren die de vogel gebruikt om te kunnen vliegen.  De slagpennen zijn onder te verdelen in hand en armpennen. Deze zitten aan de vleugel. Ze zijn over de gehele lengte gelijkmatig gebogen.
De handpennen zitten aan het eind van de vleugels. Wie wel eens naar een zwevende buizerd heeft gekeken heeft ze ongetwijfeld gespreid als ‘vingers’ aan het eind van de vleugels gezien. De handpennen leveren de aandrijving. De buitenvlag van handpennen zijn bij de in dit artikel besproken soorten duidelijk smaller dan de binnenvlag.
De armpennen geven de vogel lift. Ze zijn van de handpennen te onderscheiden omdat de binnen- en buitenvlag min of meer dezelfde grootte hebben.
De staartpennen dienen als roer en zitten achterop het lichaam vast bij de stuit. Anders dan bij de slagpennen hebben ze slechts een kromming aan de basis van de veer. Verder is de schacht van staartpennen recht. Behalve de veer in het midden van de staart, die is over het algemeen in zijn geheel recht.

Verschil Uilen en Roofvogels

Dieren vullen een niche. Zo jagen uilen over het algemeen in de nacht, en sperwer, havik en buizerd overdag. Waar een sperwer het op kleine zangvogels houdt jaagt de havik ook op grotere vogels zoals eenden. Met deze onderlinge afspraken zitten ze elkaar niet teveel in de weg, dat scheelt een boel energie.
De veren zijn aangepast aan de specialisatie. Vanuit zijn nachtelijke uitkijkpost hoort de bosuil de muizen onder zich. Door middel van zijn ongelijk geplaatste oren kan hij precies de locatie bepalen. Een geruisloze vlucht maakt het einde aan het bestaan van de muis.

Het donslaagje op een veer van een kerkuil.

Hoe kunnen uilen zo stil vliegen? Hun veren zijn voorzien van een donsachtig laagje. Kijk goed en je kan de fijne haartjes zien. Het lijkt wel wat op het oppervlak van fluweel. Als je er met je vingers overheen wrijft krijg je donkere en lichte plekken, al naargelang de richting de fijne donshaartjes zijn geveegd.
Roofvogels zoals sperwer en havik hebben een geheel andere jachttechniek. Die jagen op zicht en gebruiken snelheid om hun prooi te verrassen, of desnoods in te halen. Stil zijn is voor hun niet van belang. Ze hebben dus niet zo’n donslaagje.
We hebben nu een eerste stap in de determinatie gezet, als de veer een donslaagje heeft is het een uilenveer.

Uilen

Van boven naar beneden: Kerkuil, bosuil en ransuil.

De veren van bosuilen zijn over het algemeen donkerder van kleur dan kerk- en ransuil. Ze hebben tot zeven donkere banden die ook op de binnenvlag goed zichtbaar zijn.
De veren van rans- en kerkuil zijn beidden overwegend licht van kleur. De armpennen van ransuil lopen naar boven smal toe. Ze hebben minder donkere banden als de bosuil, vaak vijf of zes. Daarvan lopen op de binnenvlag alleen de bovenste maar geheel door. De onderste is vaak slechts wat vlekkerig aanwezig tegen de schacht. Tussen de banden is het wat vlekkerig. Ransuilen komen voornamelijk in het bos voor.
De veren van kerkuil komen overwegend licht en oranje over. Aan de punt zijn ze wat grijs spikkelig. Kerkuilen jagen in open landschappen en nestelen vaak in gebouwen op en rond boerderijen. Het is dus vooral in agrarisch landschap dat je veren van de kerkuil vinden kan. Wie ooit een dansende lichtgekleurde kerkuil jagend over een veld heeft gezien vergeet dat nooit meer!

Sperwer en Havik

Boven een staart- en een handpen van een sperwer. Onder een staart- en handpen van een havik.

Is er geen donslaagje aanwezig heb je een veer van een roofvogel. Kijk naar de kleur van de schacht, is die donker of licht? Indien die licht is, komt de buizerd in aanmerking. De schachten van sperwer en havik zijn donker. De gehele veer van die twee heeft een erg donker uiterlijk. De veren van havik en sperwer lijken erg op elkaar. Alleen zijn die van sperwer veel kleiner. De sperwer kan je eigenlijk als een kleine uitvoering van de havik zien. De manier van jagen komt overeen en de veren hebben veel overeenkomsten. Alleen is de sperwer dus een stuk kleiner.

Buizerd

Boven twee staartpennen van een buizerd. Daaronder een handpen.

Geen vogel zo variabel als de buizerd. Je hebt ze vast wel eens zien zitten op een paaltje langs een akker, op jacht naar wormen en muizen. Soms moet je even een tweede keer kijken, wat was dat nou voor witte vogel? Die variatie vinden we natuurlijk terug in de veren. Toch is onderscheid wel te maken met de even zo grote veren van havik. Zo zijn de schachten van buizerd licht van kleur, anders dan havik waar die donker zijn. De handpennen zijn over het algemeen het meest variabel in kleur. Het onderste gedeelte van de binnenvlag is meestal wit met slechts een beetje bruine tekening. Soms is die ook geheel wit. Het verschil tussen de binnen- en buitenvlag is veel groter dan bij de donkerder getekende havik. Ook de armpennen zijn op de binnenvlag lichter van kleur dan havik.

Veren fascineren. Het is een onderdeel van diersporen, maar ze kunnen een specialisme op zich vormen en een leven lang boeien. Met een klein beetje kennis krijgt een wandeling door het bos opeens veel meer diepte. Dit artikel vormt een goede eerste inleiding om veren verder te verkennen. Voor wie meer wil leren kan ik onze verenworkshops, de website www.michelklemann.nl/verensite/ en de Facebookgroep ‘Determinatie van veren’ van harte aanbevelen. Tot slot wil ik Erwin van Maanen danken voor het proeflezen en bijdragen aan deze tekst.

Dit artikel verscheen eerder in Natura, het landelijke ledenblad van de KNNV.

Deze special is onderdeel van Diersporengids.nl, een online sporengids die je met een mobiel altijd bij je hebt! Een abonnement is slechts €14,95 per jaar. Nog even verder kijken? Op de homepagina staat meer informatie en links naar gratis paspoorten en andere specials.

Geef een reactie