Snelmenu
Loopsporen
Vraatsporen
Uitwerpselen (spraints)
Haren
Zie ook de bonusvideo over otters. In deze video behandelen we hoe je otters kan observeren en fotograferen zonder dat ze jou in de gaten hebben. Ook worden sporen behandeld zoals je ze kunt vinden langs de Schotse kust.
Loopsporen
De otter is een marterachtige en heeft dus zowel voor als achter vijf tenen. Teen 1 drukt echter niet altijd (even duidelijk) af. Het middenvoetskussen is niervormig. Hoewel er tussen de tenen zwemvliezen aanwezig zijn, drukken die slechts af in zachte ondergrond. De voorvoeten van otter zijn groter dan de achtervoeten. De vorm van de teenkussens samen met de nagels is als een druppel. De nagels komen direct uit de teenkussens, zonder tussenruimte. Dit is zo’n onderscheidend kenmerk dat met een afdruk van één teen waarbij dit kenmerk is te zien, otter is te determineren.
In gebieden waar otters voorkomen, is het goed te zoeken naar loopsporen onder bruggen. Daar komen ze uit het water om spraints (zie uitwerpselen) achter te laten en soms ook om stofbaden te nemen.
Prenten van otters zijn te verwisselen met die van een hond of kat. Bij een hond of kat drukken vier tenen af (bij otter vijf), en een hondenprent heeft een andere middenvoetsvorm. Ook komen de nagels niet direct uit de teenkussens voort. Een kat heeft een vergelijkbare vorm van het middenvoetskussen, maar bij een kat zien de tenen er anders uit en staan ze dichter bij elkaar. Ook zijn de prenten veel kleiner dan van een otter.
Twee achtervoeten van een otter waarbij duidelijk de zwemvliezen te zien zijn. Deze drukken echter niet altijd even duidelijk af.
Linker achtervoet van een doodgereden otter.
Otters bewegen zich voornamelijk voort in galop. Het spoor is daarbij vaak opmerkelijk variabel. De prentgroepen kunnen telkens een andere configuratie hebben. Bij het voorbeeld hierboven heeft bij de groep geheel rechts een dubbele registratie plaatsgevonden van de linker voor- en achtervoet. Soms zijn de voeten zó perfect op elkaar geplaatst dat het lijkt alsof er maar drie voeten zijn neergezet.

Op de foto hierboven het spoor van een otter op een oever die van rechts naar links in galop voorbij gekomen is. Dit is één prentgroep met de afdrukken van twee voor- en twee achtervoeten. Geheel rechts eerst een rechter voorvoet. In het midden een dubbelregistratie van de linker voorvoet (slechts de tenen nog zichtbaar) en rechter achtervoet. Ten slotte links de linker achtervoet.

Hierboven een foto van een prentgroep van een otter in galop (vier prenten bij elkaar). Let op de druppelvormige tenen met nagels die direct uit de teenkussens komen.
Soms zijn tussen de middenvoet en de teentoppen duidelijke afdrukken te zien van de vingers. Dit gebeurt vooral bij otters die minder in water komen. Deze foto is gemaakt in Zuid Spanje.
Het meest kortstondige, en misschien ook het mooiste spoor van een otter, het bubbelspoor dat hij achterlaat wanneer hij onder water zwemt.
Vraatsporen
Krabben worden veel gegeten door otters die aan de kust leven. Ze halen er de poten af, voordat ze gegeten worden. Die kunnen dan in groepjes bij elkaar gevonden worden, samen met het rugschild van de krab. Ze gebruiken plekken waar rondom goed zicht is. Vaak op een in zee stekend stuk land.
Uitwerpselen
Otters gebruiken hun uitwerpselen om hun territorium te markeren en te communiceren met soortgenoten. Deze uitwerpselen worden spraints genoemd. Ze bevatten meestal onverteerde resten van prooien, zoals visschubben, graten of fijngekauwde schalen van kreeftachtigen. Soms bestaat een spraint enkel uit een zwarte, dikke slijmsubstantie die ook wel jelly wordt genoemd. Daarnaast wordt er soms een geelachtige vloeistof afgezet, bekend als ottergeil. Deze geurstof wordt door beide geslachten geproduceerd en dient waarschijnlijk voor het overbrengen van seksuele signalen.
Spraints hebben een kenmerkende, zoete visgeur die door sommigen wordt vergeleken met levertraan. De geur is langdurig waarneembaar en kan zelfs na maanden nog worden geroken, vooral wanneer de spraint op een beschutte plek is afgezet.
Otters kiezen opvallende locaties voor hun spraints. Ze lijken bruggen liever niet onderdoor te zwemmen, maar gaan het water uit om via een helling of loopplank de overkant te bereiken. Op zulke plekken is de kans groot om spraints te vinden. Ook strekdammen, aanlegsteigers of markante bomen worden vaak als markeerplek gebruikt. Langs oevers schrapen otters soms een beetje zand bij elkaar om daarboven hun spraint te deponeren.
Een otter deponeert een spraint.

Soms wordt een locatie erg vaak gebruikt en ontstaat een otterlatrine. Hier een verzameling spraints met visresten.

Op de bovenstaande foto een krabhoopje van zand langs een oever waar bovenop een spraint gelegd is. Een duidelijke territoriummarkering van een otter.

Spraints van een otter met resten van rivierkreeft.


Bij een wissel tussen twee wateren is een hoopje gras bij elkaar gekrabd waar bovenop spraints gedeponeerd zijn.

Ottergeil achtergelaten op een loopplank.
Langs kusten waar otters voorkomen, zoals in Schotland, let je op de aanwezigheid van fris groene vegetatie. Deze ontstaan door het regelmatig achterlaten van spraints. Deze spraints dienen als mest voor de begroeiing.
Rechts van de pol is overigens ook een wissel te zien die de struiken ingaat.
Haren

Haren van de flank van een otter.