Sporenfotografie

Snelmenu

Deel 1 – fotograferen van sporen (spring naar drieluik).
Deel 2 – het archiveren van je foto’s.

Deel 1

Een tweedelige serie over het fotograferen van diersporen. In dit eerste deel het maken van de foto zelf. Het tweede deel gaat over het archiveren van je verzameling.

Een goede foto maken van een spoor is nog niet zo eenvoudig als het lijkt. Op veel foto’s die ik voorbij zie komen lijkt het alsof na het vinden van een spoor meteen een camera tevoorschijn is gehaald, gericht op het spoor, en afgedrukt. Meer gevorderde fotografen hebben voor dat type foto’s zelfs een term: snapshots. Soms is die foto wazig. Een andere keer is totaal niet in te schatten hoe groot het spoor is. En ook is soms de relatie tot het landschap niet te zien terwijl dat voor sommige type sporen wel belangrijk is.

Op zich hoeft dat allemaal geen probleem te zijn. Als de foto’s tenminste slechts voor jouw eigen gebruik zijn. Als je ze gebruikt om iemand anders het spoor te laten zien, dan zul je rekenen moeten houden met de eigenschappen van het spoor, en de gebruikte camera. Die ander heeft immers geen voorkennis die jij wèl hebt, zoals hoe groot het spoor er in het echt uit zag, of in wat voor type landschap het spoor gevonden was.
In deze tweedelige serie wil ik je wat tips geven betere foto’s te maken, en hoe een eigen archief in te richten.

Welke camera
Eigenlijk bestaan er geen slechte camera’s meer. De ‘slechte’ camera’s van nu presteren vaak een stuk beter als de 35mm film spiegelreflex camera’s van de vorige eeuw. Ook mobieltjes hebben camera’s die voor het vastleggen van sporen goede diensten kunnen bewijzen.
Mobieltjes en goedkopere pocketcamera’s hebben vaak een slecht dynamisch bereik¹. Ligt een spoor op een lichte ondergrond, en staat de zon er vol op, dan heb je erg donkere schaduwen tegen een fel belichte ondergrond. Je zult het spoor dan volledig in de schaduw moeten zetten door bijvoorbeeld met je lichaam tussen de zon en het spoor in te gaan staan. Voordeel van dit type camera’s is natuurlijk dat ze erg klein zijn. De beste camera is altijd de camera die je bij je hebt als je hem nodig hebt! Ook is zo’n schermpje achterop heel praktisch omdat je meteen een goed beeld krijgt hoe de foto eruit gaat zien. Zo hoef je jezelf niet in rare bochten te wringen als het spoor op een ongemakkelijke plek ligt.

houtduifScherpOpOnscherp

Een enkele veer die duidelijk afsteekt van de plukplek die onscherp is. Met diafragma is in te stellen hoe onscherp de achtergrond wordt.

Spiegelreflex camera’s hebben een veel grotere lensopening. Die vangen meer licht waardoor je scherpere foto’s krijgt. En groot voordeel is dat je meer creatieve opties hebt zoals het instellen van het diafragma. Daarmee kan je de scherptediepte² bepalen waardoor je een spoor kan laten afsteken van de achtergrond. Hoe kleiner het getal, hoe kleiner het bereik is waarin objecten scherp worden weergegeven. Ook van een afstandje inzoomen maakt het scherptedieptebereik kleiner.
Groot nadeel van spiegelreflex camera’s is dat ze nogal groot zijn. Je stopt ze niet even in je jaszak. En als ze geen voorbeeld op het scherm achterop geven vóór het afdrukken moet je soms plat op de grond om een foto te kunnen maken.

Welke camera voor jou het beste is, is dus afhankelijk van wat jij belangrijk vindt. Gemak of mogelijkheden? Wat neem je mee op een wandeling door het bos, en wat op vakantie naar een land waar je niet zo vaak komt? Wat altijd van belang is, is dat je gaat spelen met de mogelijkheden en zo je camera leert kennen. Zo weet je wanneer je extra stabiel moet zijn om nog scherpe foto’s te maken in situaties met minder licht. Of hoe je het spoor los van de achtergrond kunt krijgen door een juiste scherptediepte. Dat voorkomt teleurstelling als je thuis op een groot scherm de gemaakte foto’s door bladert.

¹ Het verschil tussen het donkerste en lichte puntje dat je wilt vastleggen.
² Het gebied tussen de twee punten waarin alle objecten scherp op de foto worden afgebeeld.

De rolmaat ligt zó dat de lengte van teen drie meteen af te lezen is. Ook is de gehele lengte van de prent meteen af te lezen.

De rolmaat ligt zó dat de lengte van teen drie meteen af te lezen is. Ook is de gehele lengte van de prent meteen af te lezen.

Grootte van het spoor
Op de Diersporen Facebook groep komen een hoop foto’s voorbij met de vraag van welk dier het spoor is. Soms zie ik discussie of het dier A of B is, terwijl dier B duidelijk groter is als dier A. Dat was simpel te voorkomen door een liniaal of iets dergelijks in de foto mee te nemen. Leg die dan zó, dat meteen de lengte of breedte van het spoor af te lezen is. Niet diagonaal. En fotografeer loodrecht van boven zodat er geen vertekening plaatsvindt. Help anderen jou te helpen 😉
Alternatief zou zijn dat je het spoor opmeet metalternatieve methoden, en dan de exacte maat vermeld bij het tonen van je foto. Je kan dan in de naam van de foto, of in de metatags¹) die maat meegeven zodat je die gegevens voor jezelf bewaard. Het was “ongeveer 5 cm” heb je weinig aan, bij sporen kan het soms om millimeters gaan.

¹ Meer over naamgeving, sleutelwoorden en metatags in deel twee.

Perspectief, of juist niet?
Ook de hoek waarin je de camera houdt ten opzichte van het spoor is van belang. Houd je de camera er recht boven, of er schuin voor? Beidde opties hebben hun voor en tegens.
Bij een prent op een bospad, zeker als de foto ter determinatie aan anderen wordt aangeboden, is het handig deze loodrecht van boven te fotograferen. Zo is het beeld niet vertekend en kan door middel van de mee gefotografeerde liniaal meteen de juiste maat afgelezen worden. Probeer het spoor zo beeldvullend te maken als mogelijk is.
Als het spoor ten opzichte van het landschap gefotografeerd wordt ontkom je er in de regel niet aan dat je de camera niet loodrecht op het spoor hebt. Indien nodig kan je altijd een tweede foto maken waarbij dat wèl het geval is zodat je twee foto’s hebt. Zie hieronder.

Drieluik van een vossenuitwerpsel

Drieluik van een vossenuitwerpsel

Verschillende aspecten van het spoor
Veel sporen hebben een relatie met het landschap. Het meest bekende voorbeeld is wel dat van uitwerpselen van roofdieren als vos en marters. Die liggen op markante plaatsen als wegen en paden. Vaak ook op een kleine verhoging zodat de geur goed verspreid wordt. Wil je dat spoor goed vastleggen volstaat alleen een close-up foto van dat spoor niet. Maar die laat juist weer de inhoud zien. Om verschillende aspecten van het spoor vast te leggen moet je foto’s op verschillende wijzen maken. Vergeet niet, als je het spoor aan andere mensen wilt laten zien (bijvoorbeeld voor hulp bij determinatie) dat die mensen niet de voorkennis hebben die jij wél hebt.
Zie het drieluik rechtsboven van een vossenuitwerpsel. De foto rechtsboven laat zien wat de inhoud is. De foto rechtsonder laat het gehele uitwerpsel zien waarop goed de plaatsing op een graspol te zien is. De foto links laat de relatie met het landschap zien. Elk van de foto’s laat iets anders zien en tezamen geven ze een compleet beeld van het spoor.
Bij foto’s van prenten (voetafdrukken) is het van belang dat de detailfoto loodrecht van boven is gemaakt. Zo is er geen vertekening door perspectief aanwezig. Leg er ook een liniaal bij zodat de grootte is af te lezen (of het Weylin Tracking sporenhulpje). Heb je dat niet bij de hand, volstaat bijvoorbeeld een muntstuk ook.
De schuurboom hieronder laat heel duidelijk aan één kant zien dat er zwijnen tegen schuren. Helaas is de zoel zelf niet op die foto te zien. De tweede foto helpt het spoor in relatie tot de zoel te zien.
schuurboomEnZoel-1024x322Overigens, om composities te maken zoals het drieluik van het vossenuitwerpsel hierboven gebruik ik PhotoScape. Die is gratis te downloaden.

Belichtingscompensatie
Een erg handige functie die op elke spiegelreflex zit, en meestal ook op compactcamera’s en soms zelfs op mobieltjes, is belichtingscompensatie. Er zijn situaties waarin de automatische belichting van de camera niet optimaal werkt. Dat kan gebeuren als een spoor in de sneeuw ligt bijvoorbeeld. Een foto wordt dan vaak snel overbelicht waardoor alle details verdwijnen. Maar in een donker bos daarentegen kan het ook gebeuren dat de belichting juist wat langer mag om de foto lichter te maken.
Belichtingscompensatie, in het Engels exposure compensation, laat je de automatische belichting naar boven of naar beneden aanpassen. Vaak is deze optie als een vierkant icoontje weergegeven met een plus- en een minteken. Na het selecteren hiervan kan je een aantal stappen omhoog en omlaag compenseren. Raadpleeg de handleiding van je apparaat en experimenteer er eens mee.
Bij mobieltjes kan deze functie nog wel eens nuttig zijn als er een tè groot verschil in donkere en lichte plekken in de foto zit waardoor de lichte plekken geheel wit worden, of de donkere juist zwart. Door te compenseren kan je zorgen dat die plekken ook detail bevatten.

In dit artikel enkele tips die je helpen betere foto’s te maken van de sporen die je vindt. Zoals bij alles is het vooral oefening die goede foto’s maakt, niet een dure camera. Experimenteer met verschillende mogelijkheden en zie welk resultaat je aanspreekt. Zie je een mooie sporenfoto kijk dan eens waarom die foto mooi is. Draai eens om een spoor heen en bedenk wat er van dat spoor belangrijk is vast te leggen. Aan de hand daarvan bepaal je waar je gaat staan en de instellingen van je camera. Neem de tijd, druk niet te snel af.

In het volgende deel meer over het bijhouden van je archief zodat je altijd snel een bepaalde foto of spoor terug kan vinden.

Heb jij zelf nog tips? Laat ze hieronder achter als reactie.

Deel 2

Het tweede en laatste deel van een serie over diersporenfotografie. Deel één ging over het fotograferen zelf. Dit deel over het archiveren van je foto’s.

De digitalisering van fotografie heeft het mogelijk gemaakt dat je goedkoop veel foto’s maken kan. Ik kom makkelijk met tientallen foto’s thuis van een tocht. Enkele tientallen jaren geleden, in het filmtijdperk, moest je echt keuzes maken. Film, ontwikkelen en afdrukken kostten allemaal geld.

De digitalisering heeft natuurlijk voordelen. Je kan dus veel foto’s maken. Vaak maak ik meerdere foto’s van hetzelfde spoor waarna ik thuis de beste uitkies. De rest verwijder ik dan. Zo kan ik experimenteren met verschillende hoeken en instellingen. En ook verklein ik de kans dat ik thuiskom met een foto die op het betere computerscherm tòch onscherp blijkt te zijn.
Nadeel is dat je ook na het uitzoeken nog steeds met een snelgroeiende hoeveelheid foto’s eindigt. Hoe houd je daar overzicht in? Hoe kun je later nog een spoor terug vinden? Ikzelf heb daar een tweeledig systeem voor. Enerzijds de naamgeving van het bestand, anderzijds de sleutelwoorden die je in het bestand zelf kan stoppen.

Software

Er zijn meerdere programma’s die je gebruiken kan om je foto’s te beheren en te bekijken. Voor het hernoemen en bewerken van sleutelwoorden gebruik ik XnView. Het is een gratis programma gericht op het beheren van een fotocollectie. Als jij reeds een ander programma gebruikt is dat prima natuurlijk. De hieronder gebruikte sneltoetsen (toetsen om snel bij een bepaalde functie te komen, ook wel ‘shortcuts’ genoemd) zijn voor gebruik in XnView.

Naamgeving

Met de digitale fotografie kwamen de grote aantallen foto’s die op mijn harde schijf stonden. Het duurde niet lang voor het moeilijk werd foto’s terug te vinden. Verschillende camera’s gebruikten verschillende naamgevingen, en voor elke vakantie of trip een mapje aanmaken schepte ook geen duidelijkheid meer.
Er moest een systeem uitgedacht worden. Die moest foto’s op chronologische volgorde weergeven. Ik moest aan de naam kunnen zien waar de foto’s genomen waren, en wat er op stond. En aangezien ik ook regelmatig foto’s bewerkte moest ik ook in de naam kunnen zien of het een origineel of bewerkte versie was. Over de periode van een jaar of tien heb ik onderstaande naamgeving ontwikkeld. Misschien is het ook iets voor jou. Wellicht eerst in versimpelde vorm, waar je later eventueel extra informatie aan toevoegen kan.
Laten we de naamgeving eens per onderdeel bekijken. Ik scheid elk stukje informatie door het underscore _ teken.

2014-09-26_wandelingStadsland_010_O_viersprongBosmuis.JPG
Ik begin met de datum. Dat doe ik door de volgorde jaar, maand en dag te gebruiken. Zo staan alle foto’s op chronologische volgorde. Als een maand of dag onder de tien is, zet ik er een 0 voor. Anders zou januari (1) naast november (11) komen te staan. Door januari 01 te geven staat het bovenaan. Bovenstaande datum is dus 26 september 2014.

2014-09-26_wandelingStadsland_010_O_viersprongBosmuis.JPG
Het tweede veld geeft de gelegenheid van de dag aan. Hier is dat een wandeling over het Stadsland, één van mijn vaste tracking gebiedjes. Zelf ben ik gewend geraakt aan het niet gebruiken van spaties, maar nieuwe woorden met een hoofdletter te beginnen. Dat is persoonlijke smaak. “wandeling stadsland” had net zo goed gekund.

2014-09-26_wandelingStadsland_010_O_viersprongBosmuis.JPG
Dan een volgnummer van de foto’s. Zo blijven de foto’s gemaakt op die dag op chronologische volgorde.

2014-09-26_wandelingStadsland_010_O_viersprongBosmuis.JPG
Een hoofdletter O staat bij mij voor het origineel. Dit is de foto zoals die van de camera komt, en die ik altijd bewaar. Daar zou ook “bewerkt” kunnen staan, of voor een verkleinde versie met een signatuur bedoeld voor sociale media “facebook”.

2014-09-26_wandelingStadsland_010_O_viersprongBosmuis.JPG
Tenslotte eindig ik met een hele korte beschrijving wat het hoofdonderwerp van die specifieke foto is. Als ik zo Windows verkenner op “lijst” heb staan en geen miniatuurweergave van de foto heb, kan ik tòch snel zien wat er op de foto staat. Maar soms is een miniatuur ook niet afdoende om te zien of het bijvoorbeeld een viersprong is van een bosmuis, of bruine rat.

In XnView kan je snel een reeks van foto’s hernoemen door middel van het “Batch Rename” scherm. Selecteer meerdere foto’s (eerst enkele klik op de eerste foto, dan met de SHIFT-toets ingehouden de laatste van de reeks aanklikken) en gevolgd door de F2 toets. Een nieuw scherm opent zich. Om bij hetzelfde voorbeeld van hierboven te blijven typte ik bij “Name template”:

2014-09-26_wandelingStadsland_###_O_.JPG

De ###’s worden tijdens het hernoemen automatisch ingevuld met opvolgende nummers. In het voorbeeldscherm wordt weergegeven hoe de bestanden nu heten, en hoe ze eruit gaan zien na het klikken op “Rename”.
Het laatste veld, het hoofdonderwerp, is dan nog leeg. Die kan je immers niet automatisch voor alle foto’s invullen. Dat doe ik naderhand door individueel de foto’s af te gaan. Met die ene foto geselecteerd typ ik dan weer F2 in, maar krijg dan een klein scherm om slechts de naam van die enkele foto aan te passen.
Het scherm biedt nog andere opties die soms handig kunnen zijn. Lees de handleiding van XnView door voor meer informatie.

Sleutelwoorden
dasVosWissel-199x300

Een uitwerpsel van een vos op een wissel van een das. Het aantal sleutelwoorden kunnen soms snel toenemen. Teveel om in een naam te zetten.

Onvermijdelijk dat na verloop van tijd je archief groeien gaat. Dan wordt het steeds belangrijker dat je archief simpel doorzoekbaar is. Je kan natuurlijk zoeken op gebied, en spoortype welke je in de naamgeving opgeslagen hebt. Maar bij veel sporen zou je kunnen zoeken op veel meer sleutelwoorden dan je overzichtelijk in een naam kwijt kan. En bij sommige sporen wil je wellicht een notitie kwijt die veel te lang is om in de naam te verwerken.

In XnView kan je door middel van IPTC sleutelwoorden zoveel zoektermen in een bestand stoppen als je wil. Dat worden keywords genoemd. Door de toetscombinatie CTRL-i te gebruiken wanneer je een foto geselecteerd hebt (enkele klik) krijg je het “Edit IPTC Data” scherm.

Sleutelwoorden kan je toevoegen op het tabblad keywords. Je kan er zoveel toevoegen als je wil, en zelfs templates aanmaken voor veel gebruikte combinaties. Notities kun je kwijt in het tabblad caption. Een omschrijving van dat spoor, wat extra opgemeten gegevens. Die kan je hier allemaal kwijt. Andere tabbladen bieden nog meer opties aan voor het opslaan van gegevens. Door meerdere foto’s te selecteren voor je het scherm opent kan je een reeks foto’s tegelijk voorzien van informatie. Je moet even bekend raken met de overschrijf opties onderaan het scherm om te voorkomen dat je gegevens van een vorige keer overschrijft.

Die sleutelwoorden worden opgenomen in het zoekbestand van je besturingssysteem zoals Windows. Ook kan je in XnView zelf zoeken. Klik dan het verrekijker icoontje aan bovenin de balk, en selecteer de opties die je wilt. De sleutelwoorden staan als optie “keywords” bij IPTC.Klinkt dit allemaal erg ingewikkeld? Als je alleen bovenstaande tekst leest waarschijnlijk wel. Maar als je een beetje speelt met de omschreven functies zal het je snel duidelijk worden. De zoekfunctie van Windows zelf is in elk geval héél simpel.

Een laatste tip nog, vertrouw nooit op één enkele locatie voor het opslaan van je foto’s. Digitale foto’s lenen zich bij uitstek om er perfecte kopieën van te maken en die elders te bewaren. Een externe harde schijf waar je regelmatig een backup op maakt en bij vrienden of familie neerlegt is een perfecte manier om je dierbare foto’s veilig te stellen.

Hopelijk heb je iets aan deze tips om orde te scheppen in je fotografische archief. Heb je zelf nog tips? Laat ze hieronder achter als reactie.

Deze special is onderdeel van Diersporengids.nl, een online sporengids die je met een mobiel altijd bij je hebt! Een abonnement is slechts €14,95 per jaar. Nog even verder kijken? Op de homepagina staat meer informatie en links naar gratis paspoorten en andere specials.

Geef een reactie